Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AD3794

Raad van State · 29-08-2001 · zaaknummer 200003863/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In dit geval geen sprake van een procedure bij een andere instantie als bedoeld in art. 32 Wrb. Afwijzing toevoegingsverzoek. Betrokkene heeft eerder een toevoeging verkregen voor het voeren van een procedure bij de rechtbank in verband met zijn beroep tegen het besluit van B&W van Groningen waarbij de aan hem toegekende RWW-uitkering voor een alleenstaande is gewijzigd in een uitkering voor gehuwden. De rechtbank heeft dat beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tegen de uitspraak van de rechtbank hebben B&W bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld op nader aan te voeren gronden. Het onderhavige verzoek om toevoeging ziet op het voeren van verweer op het hoger beroep van B&W. Vaststaat dat het rechtsbelang, waarop het onderhavige verzoek betrekking heeft, hetzelfde rechtsbelang betreft als waarvoor eerder toevoeging is verkregen, te weten de wijziging van de RWW-uitkering. Het geschil spitst zich toe op de vraag of in dit geval sprake is van een procedure bij een andere instantie als bedoeld in art. 32 Wrb. Anders dan de rechtbank is er volgens appellant geen sprake van een andere procedure, nu noch op het moment van indiening van de aanvraag om toevoeging noch op enig ander moment is gebleken dat door de raadsman van verzoeker daadwerkelijk toevoegingswaardige werkzaamheden zijn verricht dan wel dat de verzochte toevoeging zal worden aangewend voor het voeren van verweer bij de CRvB. Blijkens de stukken heeft appellant voor dit standpunt aansluiting gezocht bij paragraaf 5.32.1 op blz. 108 e.v. van het Handboek Toevoegen, versie augustus 1995. In die paragraaf zijn beleidsregels vastgelegd voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van hetzelfde rechtsbelang en de behandeling in een andere procedure als bedoeld in art. 32 Wrb. Ten aanzien van de laatste vraag wordt als beleidsregel gehanteerd dat voor de toetsing van de aanvraag aan het criterium diversiteit van procedures van belang is of 1) de eerder afgegeven toevoeging is aangewend voor het voeren van een procedure; en 2) de gevraagde toevoeging daadwerkelijk zal worden aangewend voor het voeren van een andere procedure. Aan de onder 2 genoemde voorwaarde wordt niet voldaan indien het beroep wordt ingesteld onder nader aan te voeren gronden. De ABRS is van oordeel dat appellant bij het vaststellen van deze beleidsregel geen onjuiste toepassing aan art. 32 Wrb heeft gegeven. In het verlengde van de hiervoor onder 2 genoemde voorwaarde heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat, zoals in dit geval, evenmin voor het voeren van verweer een toevoeging wordt verstrekt, indien door de wederpartij hoger beroep is ingesteld op nader aan te voeren gronden. De ABRS acht deze uitleg van art. 32 evenmin onjuist. Hierbij is in aanmerking genomen dat ingevolge het bepaalde in art. 8:42 Awb, dat op grond van art. 21 Beroepswet op het hoger beroep bij de CRvB van overeenkomstige toepassing is, een wederpartij eerst in de hoger-beroepsprocedure wordt betrokken, nadat de CRvB het hoger-beroepschrift aan de wederpartij heeft toegezonden met het verzoek een verweerschrift in te dienen. Vaststaat dat de CRvB betrokkene niet om een verweerschrift heeft verzocht. De raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden, appellant. mr. J.H.B. van der Meer

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.