Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AD3377

Raad van State · 22-08-2001 · zaaknummer 200002895/1.

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. Verhouding APV en bestemmingsplan. 2. Gebruik perceel ten behoeve van coffeeshop past binnen bestemming “Centrumdoeleinden II” nu het kan worden begrepen onder de categorieën café en snackbar. Afwijzing verzoek om handhaving van het bestemmingsplan inzake coffeeshop. Anders dan B&W betogen kan niet worden staande gehouden dat de verzoekster, door niet op te komen tegen de eerder door de burgemeester op grond van art. 24 APV verleende exploitatievergunning voor de coffeeshop, haar recht heeft verwerkt om om handhaving van het bestemmingsplan te verzoeken. De burgemeester is ex art. 24.2 APV gehouden de aanvraag van een exploitatievergunning af te wijzen als de vestiging in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Deze bepaling beoogt kennelijk de toepassing van de APV en de toepassing van het regime van de Woningwet/WRO op elkaar af te stemmen. Hierbij is in aanmerking genomen dat het verlenen van een exploitatievergunning, als bedoeld in de APV, geen zin heeft als het geldende bestemmingsplan zich tegen de vestiging van het desbetreffende horecabedrijf verzet. Weliswaar brengt toepassing van art. 24.2, met zich dat de burgemeester moet treden in de beoordeling van het geldende bestemmingsplan, maar dit laat de bevoegdheid van B&W terzake van de toepassing van het geldende bestemmingsplan onverlet. In dit verband is van betekenis dat art. 24.2 APV geen zelfstandige planologische regeling bevat. Deze bepaling roept geen bouw- en/of gebruiksverbod in het leven. Anders dan de rechtbank is de ABRS van oordeel dat de vestiging en exploitatie van de coffeeshop past binnen de bestemming “Centrumdoeleinden II”, omdat dit gebruik kan worden begrepen onder de, niet nader in het bestemmingsplan gedefinieerde, categorieën café en snackbar, welke zijn opgenomen in art. 5.1 planvoorschriften. De coffeeshop beantwoordt zowel aan een wezenlijk kenmerk van een café alsook van een snackbar. In de coffeeshop worden immers bedrijfsmatig dranken en etenswaren verstrekt ten einde deze ter plaatse te nuttigen en tevens worden er waren verkocht voor gebruik anders dan ter plaatse. Voor het al dan niet voldoen aan de functie café is niet bepalend dat in de coffeeshop uitsluitend alcoholvrije dranken worden verstrekt. Gegrond hoger beroep. Burgemeester en wethouders van Purmerend, appellanten. mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, P.J.J. van Buuren, C.A. Terwee-van Hilten

Advocaten

  • X. Visscher

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.