Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AB8774

Raad van State · 01-08-2001 · zaaknummer 200005481/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 6 Regeling rijvaardigheid en geschiktheid bevat een limitatieve opsomming van de gevallen waarin de Minister een geschiktheidsonderzoek vordert. Handhaving mededeling dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een geschiktheidsonderzoek. Het besluit is genomen naar aanleiding van de mededeling ex art. 130 van de regiopolitie van 8 mei 2000 dat het vermoeden van misbruik van alcohol erop is gebaseerd dat bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 350 mg/l, resp. 0,8 0/00, nadat betrokkene in de voorafgaande periode van vijf jaar is aangehouden op verdenking van overtreding van het verbod van art. 8, eerste of tweede lid, WvW 1994. Op 8 mei 2000 is een ademalcoholgehalte geconstateerd van 415 mg/l. Op 1 januari 1998 heeft betrokkene geweigerd mee te werken aan een adem- of bloedonderzoek. Naar de Raad van State vaststelt, is in de regeling in de artt. 6 en 8 bepaald tot welke maatregel een vermoeden ex art. 2 van de regeling aanleiding geeft. Met de rechtbank is de Raad van State van oordeel dat gelet op de tekst van art. 6 van de regeling, bezien in samenhang met de aan de regeling ten grondslag liggende systematiek, dit art. limitatief beoogt te regelen in welke gevallen de Minister een onderzoek als hier in geding vordert. Deze limitatieve opsomming voorziet overigens ook in een recidiveregeling, doch deze mist in dit geval toepassing. In dit geval is genoemde schriftelijke mededeling van de regiopolitie gedaan naar aanleiding van de op 8 mei 2000 jegens betrokkene gerezen verdenking van rijden onder invloed van alcohol, welke verdenking op zich, gelet op het gemeten ademalcoholgehalte, geen vermoeden tot oncorrigeerbaar rijgedrag opleverde. Voor het standpunt van de Minister dat in dit geval voor het opleggen van de maatregel van een onderzoek buiten de geldende recidiveregeling om kon worden teruggegrepen op een oud feit (weigering betrokkene op 1 januari 1998 om medewerking te verlenen aan een adem-of bloedonderzoek), dat destijds niet tot het opleggen van een maatregel heeft geleid, zijn in de regeling, gelet op het limitatieve karakter ervan, geen aanknopingspunten te vinden. De Minister van Verkeer en Waterstaat, appellant. mrs. P. van Dijk, M.G.J. Parkins-de Vin, J.A.W. Scholten-Hinloopen

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.