Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AB1719

Raad van State · 02-04-2001 · zaaknummer 200002847/1.

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vergoedingsvermindering op grond van art. 96o WVO geen punitieve sanctie waarop art. 6 EVRM ziet. Mededeling Staatssecretaris aan Protestants-Christelijke Vereniging voor Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs voor Harderwijk en omstreken (appellante), dat op grond van art. 96o.3 WVO uitkeringskosten, die voortvloeien uit het ontslag van een medewerker, op de vergoeding in mindering worden gebracht. In dit geval bestond een wettelijke basis voor het in mindering brengen van de uitkeringskosten op de vergoeding. Op grond van art. 96o.7 WVO kan de Staatssecretaris op verzoek van het bevoegde gezag beslissen, dat de in het eerste en tweede lid, onderdeel a van art. 96o WVO bedoelde vermindering niet zal plaatsvinden. Gelet hierop en het dwingende karakter van art. 96o WVO in aanmerking nemende, moet worden geoordeeld dat de Staatssecretaris niet bevoegd is in andere dan de daar genoemde gevallen vermindering van de vergoeding achterwege te laten. Het op grond van art. 96o.3 WVO in mindering brengen van de kosten op de vergoeding kan niet worden aangemerkt als een punitieve sanctie, waarop art. 6 EVRM ziet. Anders dan bij vermindering van de aanvraag rijksvergoeding wegens het niet naleven van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, waarbij een verhoging van het te verrekenen bedrag met 100% plaatsvindt, worden bij toepassing van art. 96o.3, eerste volzin, WVO uitsluitend de daadwerkelijke kosten op de vergoeding in mindering gebracht. Dat één gedraging tot gevolg kan hebben dat over meerdere jaren een vermindering van de vergoeding plaatsvindt, dan wel dat appellant nadeel ondervindt van de vermindering doordat zij minder financiële middelen te bestreden heeft, doet niet af aan het reparatoire karakter van de sanctie. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, J.H.B. van der Meer, J.A.M. van Angeren

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.