ECLI:NL:RVS:2001:AB1434
Raad van State · 20-04-2001 · zaaknummer 200001951/1.
Inhoudsindicatie
De omstandigheid dat de vordering tot schadevergoeding reeds is afgewezen door de burgerlijke rechter laat onverlet de mogelijkheid van indiening van een schadevergoedingsverzoek bij het bestuursorgaan en ontneemt niet het besluitkarakter aan de beslissing op dat verzoek. Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van bezwaren tegen afwijzing van verzoek om schadevergoeding ongegrond verklaard. Naar aanleiding van gegrond beroep tegen het besluit tot weigering vrijstelling als bedoeld in art. 19 WRO te verlenen voor de oprichting van twee nestkuikenstallen heeft eiser de raad verzocht om schadevergoeding. Dit verzoek is afgewezen - op het bezwaarschrift is beslist om de afwijzing te handhaven - omdat de burgerlijke rechter reeds over de vordering heeft geoordeeld. In de aangevallen uitspraak is onder verwijzing naar het arrest Groningen-Raatgever, HR 17 december 1999, LJN: AA3880, overwogen dat voor de situatie waarin de burgerlijke rechter reeds heeft geoordeeld over een vordering tot schadevergoeding, gebaseerd op onrechtmatige besluitvorming door een bestuursorgaan en steunend op dezelfde grondslag als waarop het verzoek om een zuiver schadebesluit te nemen is gebaseerd, de rechtsgang naar de bestuursrechter niet meer openstaat. Afdeling: De omstandigheid dat een vordering uit onrechtmatige daad bij de burgerlijke rechter aanhangig is, laat onverlet de mogelijkheid van indiening van een verzoek om schadevergoeding bij het bestuursorgaan dat het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit heeft genomen. De beslissing op een zodanig, op publiekrechtelijke grondslag gebaseerd verzoek, is een besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid Awb. Daartegen staat beroep open en kon mitsdien ook bezwaar worden gemaakt. De omstandigheid dat de burgerlijke rechter reeds geoordeeld heeft over de door appellant ingediende vordering doet aan het besluitkarakter van de beslissing op het verzoek niet af. De raad kon volstaan met verwijzen naar het oordeel van de burgerlijke rechter. Op dezelfde grond heeft de raad die afwijzing in het bestreden besluit mogen handhaven. De raad van de gemeente Moerdijk. mrs. J.J.R. Bakker, C.A. Terwee-van Hilten, E.A. Alkema
Advocaten
- A.P. Cornelissen
- U.T. Hoekstra
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
