Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2001:AB0715

Raad van State · 12-03-2001 · zaaknummer 200000361/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit wet noch wetsgeschiedenis volgen beperkingen ten aanzien van feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het levensgedrag als bedoeld in art. 5.2.b Drank- en Horecawet, mogen worden betrokken. Weigering exploitatievergunning voor alcoholvrije inrichting op de grond dat appellant naar het oordeel van de burgemeester van slecht levensgedrag is en derhalve niet voldoet aan de in art. 2.3.4.4. APV gestelde eisen, nu hij voorkomt in de politieadministratie ter zake van overtreding van de Opiumwet en uit opgemaakte processen-verbaal is gebleken dat hij softdrugs heeft verkocht, dan wel voorradig heeft gehad. Appellant stelt dat, ook al zou hij hebben gehandeld in strijd met de Opiumwet, hij daarmee nog niet van slecht levensgedrag is. Voorts heeft de rechtbank volgens hem miskend dat bij de beoordeling van zijn levensgedrag ten onrechte ook verdenkingen en niet uitsluitend veroordelingen zijn betrokken. Dit betoog faalt. In het Besluit is geen nadere omschrijving gegeven van de eis dat bedrijfsleiders en beheerders niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mogen zijn. Zoals de ABRS eerder heeft overwogen (uitspraak van 17-12-1982 inzake no. A-32.6759 AB 1983/315) zijn, gelet hierop, alsook op het feit dat de tekst van art. 5 noch de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling tot een andere opvatting dwingt, geen beperkingen opgelegd ten aanzien van feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken. Voorts valt niet in te zien dat de burgemeester niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat appellant niet voldoet aan de eis dat hij in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Ingevolge art. 2.3.4.6.1 APV, was de burgemeester onder die omstandigheden gehouden de gevraagde vergunning te weigeren. Ongegrond hoger beroep. De burgemeester van Kerkrade. mrs. R.W.L. Loeb, J.A.M. van Angeren, F.P. Zwart Drank- en Horecawet 5.2.b Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Kerkrade: 2.3.4.2, 2.3.4.4, 2.3.4.6

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.