ECLI:NL:RVS:2001:AB0602
Raad van State · 22-02-2001 · zaaknummer 199903598/1.
Inhoudsindicatie
Wijze van waardevaststelling ondernemingsvermogen als bedoeld in art 8.2 Bdr. Intrekking voorwaardelijke toevoeging met terugwerkende kracht, wegens overschrijding van de ter zake geldende vermogensgrens van f 20.000,-. Ingevolge art. 8.2 Bdr wordt voor de vatstelling van het vermogen van een natuurlijk persoon, die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefent, uitgegaan van het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Met betrekking tot de vaststelling van de waarde van het ondernemingsvermogen per, ingevolge art. 8.2 Bdr en art. 31.3 Wrb, 31-12-1994 overweegt de Afdeling, dat, nu het Bdr geen nadere regeling met betrekking tot die waardevaststelling heeft getroffen, uitgegaan kan worden van de waarden die in het economisch verkeer aan de bezittingen en schulden kunnen worden toegekend, rekening houdende met de omstandigheid dat de onderneming wordt voortgezet. Bij de vaststelling van de waarde van het ondernemingsvermogen dient op grond hiervan mede rekening te worden gehouden met de overwinstcapaciteit (goodwill) of onderrentabiliteit (badwill). Dit laatste is het geval, indien sprake is van een onderneming die minder winst genereert dan een normaal te oordelen ondernemersbeloning. De raad is bij zijn berekening uitgegaan van een afzonderlijke vaststelling van de waarden van de bezittingen en schulden zonder op enigerlei wijze rekening te houden met de omstandigheid, dat deze waarden alleen gerealiseerd kunnen worden bij verkoop van de bezittingen. In dat geval kan de onderneming niet worden voortgezet. Het Bdr stelt aan het verlenen van een toevoeging echter niet de voorwaarde dat in deze gevallen de onderneming moet worden beëindigd. Bij de vaststelling van de waarde van het ondernemingsvermogen dient dan ook niet te worden uitgegaan van de waarden bij afzonderlijke verkoop van de vermogensbestanddelen, maar van de bedrijfswaarde als going concern. In casu diende tevens rekening te worden gehouden met de badwill. De raad heeft dat niet gedaan en daarmee de waarde van het ondernemingsvermogen niet op juiste wijze vastgesteld. De raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden. dr. J.C.K.W. Bartel
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
