ECLI:NL:RVS:2001:AB0597
Raad van State · 22-02-2001 · zaaknummer 199903095/1
Inhoudsindicatie
Toetsingskader bij gewijzigd rechtsregime. Voorbereidingsbesluit en in werking getreden bestemmingsplan. Weigering verlenen aanlegvergunning voor het blijvend omzetten van grasland in bollengrond. In geschil is of B&W bij het nemen van de nieuwe beslissing op bezwaar de aanvraag terecht hebben getoetst aan het op dat moment inmiddels in werking getreden bestemmingsplan "Buitengebied 1989, tweede herziening "(het bestemmingsplan) of dat de aanvraag had behoren te worden getoetst aan het voorbereidingsbesluit dat gold ten tijde van de eerste, door de rechtbank vernietigde, beslissing op bezwaar. De rechtbank is van oordeel dat getoetst had behoren te worden aan het voorbereidingsbesluit aangezien dit besluit inhoudelijk gunstiger is voor de aanvrager dan het bestemmingsplan. Als hoofdregel geldt dat het bestuursorgaan dat na een vernietiging opnieuw in de zaak moet voorzien, rekening dient te houden met sedert het tijdstip van de vernietigde beschikking gewijzigde omstandigheden. Deze regel lijdt uitzondering indien het gewijzigde rechtsregime ongunstiger is voor betrokkene dan het voordien geldende stelsel. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat deze uitzondering zich in casu niet voordoet. Daarbij is van belang dat het hier niet gaat om een keuze tussen twee verschillende rechtsregimes maar om een keuze tussen een voorbereidingsbesluit dat is genomen met het oog op een toekomstig bestemmingsplan en dat inmiddels in werking getreden bestemmingsplan. Het in het voorbereidingsbesluit opgenomen aanlegvergunningstelsel strekt, ex art. 21.3 WRO, ertoe te voorkomen dat het perceel minder geschikt wordt voor de verwerkelijking van de daaraan bij het toekomstig bestemmingsplan te geven bestemming. Dit plan vormt derhalve mede het toetsingskader van een aanvraag om een aanlegvergunning onder de werking van het voorbereidingsbesluit. De Afdeling is dan ook van oordeel dat toetsing van de aanvraag aan het bestemmingsplan inhoudelijk niet ongunstiger is voor betrokkene dan toetsing ervan aan het voorbereidingsbesluit. Ook indien B&W bij de nieuwe beslissing de aanvraag zouden hebben getoetst aan het voorbereidingsbesluit hadden zij bij de op grond van punt 7 van dit besluit te maken afweging in het in het bestemmingsplan opgenomen absolute verbod voor het blijvend omzetten van grasland in bollengrond aanleiding behoren te zien de weigering van de aanlegvergunning te handhaven. Burgemeester en wethouders van Zijpe, appellanten. mrs. J.H.B. van der Meer, C.A. Terwee-van Hilten, E.A. Alkema
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
