ECLI:NL:RVS:2000:AA9362
Raad van State · 05-12-2000 · zaaknummer 200001222/1.
Inhoudsindicatie
Het aanbrengen van een afschermende groensingel is in beginsel niet in strijd met de agrarische bestemming, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel. Weigering bestuursdwang ten aanzien van op perceel geplaatste elzenbomen. Zowel op het noordelijk deel van de betrokken gronden als op het zuidelijk deel rust ingevolge de ter plaatse geldende bestemmingsplannen een agrarische bestemming. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is van oordeel dat het aanbrengen van een afschermende groensingel in beginsel niet in strijd is met de agrarische bestemming, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel. Die aanknopingspunten zijn er in dit geval niet. Integendeel kan - voor zover het betreft het bestemmingsplan "Buitengebied, na 1e herziening" - uit het feit dat zelfs op gronden met de subbestemming "agrarisch gebied met landschappelijke en natuurlijke waarde Aln" het planten van houtgewassen niet algeheel verboden is, maar slechts aanlegvergunningplichtig, worden afgeleid dat de planwetgever het planten van houtgewassen op zichzelf niet, althans niet zonder meer, in strijd met de bestemming "Agrarische doeleinden" heeft geacht. Het vereiste van een aanlegvergunning ex art. 14.b WRO kan worden gesteld ter handhaving en ter bescherming van een verwerkelijkte bestemming. Nu de planwetgever het beplanten met houtgewassen van gronden met de subbestemming "Aln", die zijn bestemd voor behoud en zonodig herstel van de ter plaatse voorkomende landschappelijke en natuurlijke waarden, niet onder alle omstandigheden in strijd met de bestemming heeft geacht, geldt dit zeker voor andere agrarische bestemmingen. Het bestemmingsplan "Dorpskern Goudriaan" biedt geen aanknopingspunten om, voor zover het betreft de gronden waarop dat plan betrekking heeft, tot een andere uitleg te komen. Voor het oordeel dat niet van nature op het perceel thuishorende beplanting in strijd met de op dat perceel rustende agrarische bestemming moet worden geacht, bestaat mitsdien geen grond. Dat de bomen zijn aangebracht om de naast de grens van het perceel gelegen fabriekshal aan het zicht te onttrekken, maakt dat niet anders. B&W waren derhalve niet bevoegd bestuursdwang aan te zeggen. De rechtbank heeft dit miskend. Burgemeester en wethouders van Graafstroom, appellanten sub 1. Mr. P.J.J. van Buuren Wet op de Ruimtelijke Ordening 14.b Bestemmingsplan "Dorpskern Goudriaan": gemeente Graafstroom 18, 30 Bestemmingsplan "Buitengebied, na 1e herziening" gemeente Graafstroom 14, 34
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
