Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2000:AA8494

Raad van State · 24-10-2000 · zaaknummer 200000937/1

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit de omstandigheid dat de bouwvergunning bepaalt dat permanente bewoning niet is toegestaan kan niet worden afgeleid dat niet-permanente bewoning wel is toegestaan. Aanschrijving onder oplegging dwangsom tot staken en gestaakt houden van het gebruik van een bijgebouw voor bewoning en tot verwijderen van aanwezige douche en toilet. Gebruik van het bijgebouw als gastenverblijf is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan; de badgelegenheid is zonder de daarvoor vereiste bouwvergunning aangebracht. De Afdeling volgt niet het standpunt van de rechtbank dat er op neerkomt dat A uit het overleg met de gemeenteambtenaren, de faxwisseling en het aan de bouwvergunning gekoppelde voorschrift heeft kunnen en mogen afleiden dat tegen het gebruik als gastenverblijf en het ten behoeve daarvan aanbrengen van een badgelegenheid bij B&W geen bezwaar zou bestaan. In de van de zijde van de gemeente op 12 maart 1996 verzonden fax is aan A, vanwege de geschiktheid van het beoogde bouwwerk voor bewoning, uitdrukkelijk voorgehouden dat het realiseren van woonruimte in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Gelet hierop kan aan de omstandigheid dat bij de bouwvergunning is aangegeven dat permanente bewoning niet is toegestaan niet het vertrouwen worden ontleend dat niet-permanente bewoning in de vorm van het gebruik als gastenverblijf ten dienste van de woning en in het kader van het ter plaatse door A gevestigde bedrijf wel zou worden toegelaten. Uit de reactie van A op de gemeentelijke fax, waarin A aangeeft dat in het bijgebouw zijn onderneming wordt gevestigd en dat het gebouw niet wordt gerealiseerd om gebruikt te worden als woonruimte voor woningzoekenden, hebben B&W niet hoeven afleiden dat A de bedoeling had om het pand wel voor niet-permanente bewoning beschikbaar te stellen. Dat het, op grond van het aan de verleende bouwvergunning gekoppelde voorschrift, in strijd met de rechtszekerheid zou zijn A het gebruik van het bijgebouw voor niet-permanente bewoning te weigeren, ziet de Afdeling - anders dan A heeft betoogd - niet in. A heeft, gelet op het duidelijke standpunt van de gemeente in de fax van 13 maart 1996 uit dit voorschrift niet mogen afleiden dat andere vormen dan permanente bewoning van het bijgebouw zonder meer waren toegestaan. Gegrond hoger beroep. Burgemeester en wethouders van Nunspeet, appellanten. mr. J.H.B. van der Meer

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.