Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2000:AA8333

Raad van State · 26-10-2000 · zaaknummer 199903561/1

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In kader van vestiging voorkeursrecht behoefde planologische aanvaardbaarheid niet nader te worden gemotiveerd. Onjuist dat voorkeursrecht alleen kon worden gevestigd in verband met in Streekplan gegeven uitbreidingscapaciteit. Aanwijzing gronden als percelen waarop de artt. 10 t/m 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn. Rechtbank heeft, onder verwijzing naar uitspraak afdeling Rechtspraak Raad van State van 8 maart 1999 (Bouwrecht 1999 p.424 en MS 1999, 147), o.m. overwogen dat in het primaire besluit niet is gemotiveerd waarom de door de gemeente voorgestane planontwikkeling gepaard moet gaan met de vestiging van een voorkeursrecht. Voorts is, aldus de rechtbank, door een gebrek aan een deugdelijke motivering niet voldoende duidelijk geworden dat art. 8 Wvg is toegepast in verband met de in het Streekplan aan de gemeente Harderwijk gegeven uitbreidingscapaciteit. Zulk een verband is volgens de rechtbank noodzakelijk, gelet op de tekst van art. 2a Wvg en de totstandkomingsgeschiedenis ervan. De rechtbank leidt uit genoemde uitspraak van de ABRS niet af dat er geen enkele relatie met de gegeven uitbreidingscapaciteit behoeft te bestaan en verwerpt voorts de stelling dat de planontwikkeling "Waterfront", ten behoeve waarvan het voorkeursrecht is gevestigd, moet worden gezien als passend binnen de uit het Streekplan voor de gemeente Harderwijk blijkende verstedelijkingsopgave voor verzorgende voorzieningen. Het standpunt van de rechtbank wordt niet gedeeld. De Raad betoogt terecht dat in zijn beslissing om, niettegenstaande het overleg tussen het gemeentebestuur en grondeigenaren over een op watergebonden bedrijvigheid gerichte herinrichting van het betrokken gebied en met het oog op een toekomstige ontwikkeling daarvan voor recreatie en toerisme, op de betreffende percelen een voorkeursrecht te vestigen, geen aanleiding kan worden gevonden voor het oordeel van de Rechtbank dat de beslissingen op de bezwaarschriften een deugdelijke motivering ontberen. In het kader van de vestiging van een voorkeursrecht behoefde de raad die keuze niet nader te motiveren. De planologische aanvaardbaarheid ervan kan aan de orde worden gesteld in de daarop betrekking hebbende bestemmingsplanprocedure. Voorts heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat een voorkeursrecht alleen kon worden gevestigd in verband met de in het Streekplan gegeven uitbreidingscapaciteit. In haar uitspraak van 8 maart 1999, voornoemd, heeft de ABRS overwogen dat aan de gemeente Harderwijk in algemene zin uitbreidingscapaciteit is toegedacht of gegeven en dat uit de tekst van de wet noch uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat voor vestiging van een voorkeursrecht meer dan dat is vereist. Een verband als door de rechtbank bedoeld, is dus niet noodzakelijk om bevoegd te zijn om een aanwijzingsbesluit te nemen, nog daargelaten of daarvan i.c. sprake is. Gegrond hoger beroep. De raad van de gemeente Harderwijk, appellant. mrs. J.J.R. Bakker, P.J.J. van Buuren, F.P. Zwart

Advocaten

  • C.H. Kooijman
  • H.E. Davelaar
  • J.F. de Groot
  • S.C. Provoost

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de gemeente Harderwijk

    appellant · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Harderwijk

    appellant

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.