Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2000:AA8128

Raad van State · 10-10-2000 · zaaknummer 199902238/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 4:5 Awb biedt geen basis om een binnen de gestelde termijnen ingediende aanvulling op een eerder ingediende aanvraag aan te merken als een nieuwe aanvraag. Bij brief van 10-01-1997 heeft appellante verzocht om ontheffing in de zin van art. 96o, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs t.b.v. een leerkracht wiens beëindigde dienstverband van tijdelijke aard niet is verlengd wegens onverenigbaarheid van karakters. Met inachtneming van art. 4:5, eerste lid Awb is appellante in staat gesteld om alsnog een verklaring van de desbetreffende leerkracht toe te sturen. Nadat de Staatssecretaris, na toezending van de gevraagde informatie door appellante bij brief van 17-06-1997, het verzoek om ontheffing voor de leerkracht had afgewezen, heeft de Staatssecretaris, onder verwijzing naar de artikelen 6:18 en 6:19 Awb het verzoek van appellante alsnog toegewezen en de ingangsdatum van de ontheffing vastgesteld op 17-06-1997. De Staatssecretaris heeft in de beslissing op bezwaar het standpunt ingenomen dat niet het verzoek van appellante van 10-01-1997, maar haar verzoek van 17-06-1997 bepalend is voor de datum waarop de ontheffing kan worden verleend, aangezien appellante o.g.v. paragraaf 6.1 van de beleidsregel "Toepassing bepaling eigen wachtgelders" wist of kon weten welke documenten met het verzoek om ontheffing dienden te worden overgelegd. In deze paragraaf van de beleidsregel is evenwel ondubbelzinnig tot uitdrukking gebracht dat, indien - zoals hier - het verzoek is ingediend nadat is overgegaan tot vervulling van een vacature, een ontheffing wordt verleend m.i.v. de datum van het verzoek. Art. 4:5, eerste lid Awb biedt geen enkele basis om een aanvulling, ingediend binnen de gestelde termijnen, op een eerder ingediende aanvraag aan te merken als een nieuwe - alsdan complete - aanvraag. Derhalve heeft de Staatssecretaris het verzoek van 10-01-1997 na toepassing van art. 4:5 Awb ten onrechte aangemerkt als een verzoek van 17-06-1997. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, verweerdermr. J.H.B. van der Meer

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.