Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2000:AA6889

Raad van State · 10-08-2000 · zaaknummer 199900744/1

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 22 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 bevat een bijzondere openbaarmakingsregeling; Wob niet van toepassing. (Onder meer) afwijzing verzoek om inzage in toelatingsaanvraagformulier betreffende bestrijdingsmiddel Tanalith 3485. In art. 22 van de Bestrijdingsmiddelenwet is een uitputtende bijzondere openbaarmakingsregeling vervat, die de Wob in zijn toepassing beperkt, nu met dat art. een specifiek op de bescherming van het milieu en de volksgezondheid toegesneden regeling inzake openbaarheid en geheimhouding is beoogd. Dat volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Bestrijdingsmiddelenwet. Daaruit blijkt dat met art. 22.2 van die wet tevens is beoogd uitvoering te geven aan art. 14 van de richtlijn no. 91/414/EEG, welk art. een aantal gegevens noemt die niet als vertrouwelijk zijn te beschouwen. Hoewel het uitgangspunt van de Bestrijdingsmiddelenwet is, dat de door aanvragers verstrekte gegevens die industriële of commerciële geheimen bevatten vertrouwelijk worden behandeld (...), zal in de op grond van art. 22.3 te treffen regeling tevens kunnen worden geregeld hoe niet-vertrouwelijke gegevens openbaar worden gemaakt, aldus de MvT bij die wet. Het betoog van de minister dat de Wob op het verzoek van toepassing zou zijn en dat in art. 22.1 Bestrijdingsmiddelenwet uitsluitend de geheimhoudingsplicht ex art. 2:5 Awb buiten toepassing is gelaten, wordt niet gevolgd. Uit art. 22.1 wordt afgeleid dat gegevens over de samenstelling van schadelijke stoffen naar de bedoeling van de wetgever niet vertrouwelijk hoeven of zelfs mogen blijven. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister het verzoek om inzage in het toelatingsaanvraagformulier van Tanalith, voor zover die stof bestanddelen bevat die schadelijk zijn voor de mens, of voor dieren of planten, welker instandhouding gewenst is, niet aan de Wob, maar aan de Bestrijdingsmiddelenwet had moeten toetsen. Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, appellant sub 1 mrs. J.A.E. van der Does, A. Kosto, P.J.J. van Buuren Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen 14 Awb 2:5.1 Wet openbaarheid van bestuur 3.1, 10.1.c, 10.2.g, 11.1 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 22.1, 22.2

Advocaten

  • F. Heus
  • M. Kemme

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.