ECLI:NL:RVS:2000:AA6478
Raad van State · 09-06-2000 · zaaknummer 199902056/1.
Inhoudsindicatie
Toegestane maatvoering woonschip kan ook plaatsvinden door verwijzing naar plankaart. Verhouding woonschepenverordening en bestemmingsplan. Ongegrondverklaring bezwaar tegen uitblijven van een besluit op verzoek om toestemming voor het mogen afmeren van een woonschip met een aanmerkelijk grotere oppervlakte dan de op de plankaart ingetekende ligplaats en het aldaar ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezige woonschip. Ingevolge het bestemmingsplan rust ter plaatse de bestemming "beschermd water (bW)", met de nadere aanduiding "(w)". Voor zover de aldus aangegeven gronden zijn voorzien van de nadere aanwijzing (w) zijn deze tevens bestemd voor ligplaatsen voor woonboten, waarbij de goothoogte van een woonboot maximaal 3 m mag bedragen. Op de plankaart is ter plaatse van het betrokken woonschip een ligplaats ingetekend met een lengte van 8 m en een breedte van 3 m. Anders dan de rechtbank oordeelde, valt uit de zinsnede "voorzover gronden zijn voorzien van de nadere aanwijzing (w)", af te leiden dat ligplaatsen voor woonboten door het planvoorschrift zijn gebonden aan de op de kaart aangegeven maten. Het planvoorschrift bepaalt door de verwijzing naar de plankaart de afmetingen van die ligplaatsen. De regeling van de lengte- en breedtematen van een woonschip behoeft niet noodzakelijkerwijs woordelijk in de planvoorschriften te worden vastgelegd, maar kan ook plaatsvinden door een verwijzing naar de plankaart. Daardoor worden de op de plankaart aangegeven maten onderdeel van het voorschrift. Nu op de plankaart een oppervlaktemaat voor de in geding zijnde ligplaats is ingetekend, is deze - behoudens de toepasselijkheid van overgangsrecht en/of vrijstellingsmogelijkheden - maatgevend. I.c. verzet het bestemmingsplan zich tegen inwilliging van het verzoek. Het vergunningstelsel op grond van de woonschepenverordening 1998 is naast het bestemmingsplan van toepassing. De verordening, die grondslag vindt in o.m. de Wet op de Woonwagens en Woonschepen, stelt regels aan het ordelijk gebruik van de ligplaatsen voor woonschepen uit een oogpunt van veiligheid, gezondheid en het aanzien van de gemeente. Het bestemmingsplan, dat grondslag vindt in de WRO, stelt regels voor zover die voor een goede ruimtelijke ordening van grond en water nodig zijn. Uit de omstandigheid dat de te onderscheiden regelingen wat betreft de toegestane maatvoering niet overeenstemmen, volgt derhalve niet dat een van beide regelingen buiten toepassing zou blijven. Ook de verordening verzet zich tegen inwilliging van het verzoek. Ongegrond hoger beroep, bevestiging aangevallen uitspraak met verbetering van gronden en instandlating rechtsgevolgen vernietigde besluit. Burgemeester en wethouders van Binnenmaas, appellanten. mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, P.J.J. van Buuren, C.A. Terwee-van Hilten Wet op de Woonwagens en Woonschepen Wet op de Ruimtelijke Ordening Woonschepenverordening 1998 5.3 Bestemmingsplan "Dorp en Dijken Maasdam 1985" 33.1
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
