Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2000:AA5839

Raad van State · 25-04-2000 · zaaknummer 199903061/1

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Niet aanmerken perceel als erf als bedoeld in art. 43 Woningwet. Betekenis art. 20 WRO. Weigeren vergunning voor plaatsing van gastank. Onder verwijzing naar de uitspraak van de ABRS van 15-09-1999, AB 1998, 8, hebben B&W aan de weigering terecht ten grondslag gelegd dat de op het perceel rustende bestemming zich ertegen verzet dat dit als zij- of achtererf abi art. 43.1.c Woningwet wordt aangemerkt. In de betrokken uitspraak heeft de ABRS overwogen dat onder erf dient te worden verstaan een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, en in functioneel opzicht ten dienste van, en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens. Voorts heeft de ABRS in deze uitspraak geoordeeld dat de bestemming van de grond zich niet tegen het aanmerken van een perceelsgedeelte als erf in deze zin mag verzetten. Niet in geschil is dat het perceel op zichzelf als erf als geformuleerd in de betrokken uitspraak kan worden aangemerkt. I.c. verzet de op het perceel rustende bestemming "Landschappelijk en natuurwetenschappelijk waardevol gebied met agrarisch gebruik (LNGA)" zich tegen het aanmerken van het perceel als erf abi art. 43 Woningwet. B&W miskennen met hun standpunt niet de werking van art. 20 WRO. In de MvT op dit art. is gesteld dat dit art. ertoe strekt te voorkomen dat een bestemmingsplan zich verzet tegen het bouwen van "vrije" bouwwerken en tegen het gebruik van die bouwwerken overeenkomstig het bepaalde daaromtrent in art. 42 (thans 43 Woningwet). Een met de wetsgeschiedenis overeenkomende uitleg van dit art. brengt met zich dat dit art. ertoe strekt te voorkomen dat de planwetgever voorschriften aan een bestemmingsplan verbindt die de bouw van zogeheten vrije bouwwerken onmogelijk maken. Deze voorschriften blijven op grond van art. 20 WRO buiten toepassing. Aan het onderhavige bestemmingsplan zijn echter geen voorschriften verbonden die zien op de bouw van vrije bouwwerken op gronden met de bestemming LNGA. Uit art. 20 WRO volgt niet dat alle planvoorschriften buiten toepassing blijven. Dat, zoals de Rb. overweegt, art. 43 Woningwet geen betekenis heeft, is - uitsluitend in dit geval - juist. Art. 43 Woningwet is i.c. niet van toepassing; derhalve is voor het plaatsen van de gastank bouwvergunning vereist. Gelet op het bepaalde in de toepasselijke planvoorschriften is het plaatsen daarvan in strijd met het bestemmingsplan. Bouwvergunning mitsdien terecht geweigerd. Het college van burgemeester en wethouders van Elburg, appellanten. mr J.A.E. van der Does

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.