ECLI:NL:RBZWO:2003:AJ6907
Rechtbank Zwolle · 02-04-2003 · zaaknummer 75192 / HA ZA 02-386
Inhoudsindicatie
Bevoegdheids- en verwijzingsperikelen bij een agentuurovereenkomst met internationaalrechtelijke aspecten. Toepasselijk verdragsrecht. Criteria rechtskeuzebeding. Toepasselijk nationaal recht. Nu eiser zich primair heeft gebaseerd op een agentuurovereenkomst, was de kantonrechter bevoegd om in eerste aanleg daarvan kennis te nemen en is de rechtbank bevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Verwijzing naar gerechtshof behoeft derhalve niet plaats te vinden. Criteria die het Haags Vertegenwoordigingsverdrag (1978) met betrekking tot rechtskeuze geeft, prevaleren boven de criteria gegeven door het EVO-verdrag (1980), aangezien het HVV ten deze de meer specifieke regel geeft en de goedkeuringswet van het HVV van latere datum dateert dan het EVO-verdrag. Naar deze criteria geen sprake van rechtskeuze. Voorshands oordeel dat Syrisch recht van toepassing is op de in het geding zijnde rechtsverhouding. Mogelijk echter Roemeens recht. Rechbank beveelt comparitie.
Advocaten
- H.E. Urlus
- J.A. van Wijmen
- R.K.E. Buysrogge
- S.N. Vlaar
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
