ECLI:NL:RBZWO:2002:AE1085
Rechtbank Zwolle · 15-03-2002 · zaaknummer Abw 00/4774
Inhoudsindicatie
1. Art. 6:17 Awb houdt geen verplichting in tot toezending van stukken in het kader van bezwarenprocedure. 2. Concept-advies van secretaris van bezwarencommissie valt niet onder begrip ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ als bedoeld in art. 7:4 Awb. Besluiten tot opschorting, herziening en terugvordering van Abw-uitkering. Eisers gemachtigde heeft zich erover beklaagd, dat de stukken van de bezwaarprocedure niet, ook niet op verzoek, aan hem worden toegezonden, maar dat hij ze op verweerders kantoor moet komen inzien. Het is niet de taak van de rechtbank om in zijn algemeenheid voor te schrijven hoe verweerder zijn bezwarenprocedure behoort in te richten. Slechts indien in een zaak die in beroep aan het oordeel van de rechtbank is onderworpen, de voorbereiding van het bestreden besluit onzorgvuldig of in strijd met de wet is geweest, kan de rechtbank daarover oordelen. In het onderhavige geval zijn de stukken niet aan de gemachtigde van eiser in bezwaar toegezonden. Dit lijkt in strijd met art. 6:17 Awb. De rechtbank volgt echter, ook gelezen art. 7:4 Awb, de uitleg van de Hoge Raad in zijn uitspraak van 20 september 2000, nr. 34 604 (LJN AA7148 ECLI:NL:HR:2000:AA7148), waarin wordt overwogen, dat art. 6:17 Awb, alleen voor het geval er een gemachtigde is, regelt aan wie stukken moeten worden gezonden, en niet welke stukken moeten worden gezonden. Niet toezenden van het (volledige) dossier is dus niet in strijd met de wet. Van bijzondere omstandigheden die maken, dat van eiser of zijn gemachtigde niet mag worden gevergd dat hij de stukken bij verweerder komt inzien, is niet gebleken, zodat van onzorgvuldigheid geen sprake is. Ingevolge art. 7:4 Awb dient wel een compleet dossier ter inzage te liggen. Daartoe behoren ook de op de zaak betrekking hebbende stukken die na het primaire besluit en voor de hoorzitting worden geproduceerd, waaronder ambtelijke adviezen van de Afdeling sociale zaken, waarin hun standpunt wordt verwoord en die dus min of meer het karakter van een verweerschrift hebben. Het aanmerken als “Intern” is geen gewichtige reden die geheimhouding gebiedt, als bedoeld in het zesde lid van art. 7:4. Het “ambtelijk advies” dat in het onderhavige dossier was echter geen stuk van de Afdeling sociale zaken, maar een schrijven met een concept-advies, opgesteld door de secretaris van de Afdeling bezwaar en beroep ten behoeve van de beraadslagingen door de Bezwaarschriftencommissie. Een mening van de secretaris van de Commissie, die op geen enkele wijze een standpunt van de Commissie of van verweerder inhoudt, valt niet onder het begrip “op de zaak betrekking hebbende stukken”, zodat inzage achterwege mocht blijven. Voor vernietiging vanwege onzorgvuldigheid in de bezwarenprocedure ziet de rechtbank in deze zaak geen aanleiding. Burgemeester en wethouders van Lelystad, verweerder. mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lelystad
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lelystad
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
