Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWO:2001:AD3436

Rechtbank Zwolle · 06-09-2001 · zaaknummer 01/922 Gemwt, 01/943 Gemwt

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Negatieve beantwoording verweerder van de vraag of Oost-Europese prostituees in afwachting van de beslissing op hun aanvraag van een vtv-zelfstandige al als prostituee werkzaamheden mogen verrichten, onvoldoende gemotiveerd. Tijdelijke sluiting sexinrichting op grond van overtreding van art. 3.2.5.b APV. Dit art. verplicht de exploitant en beheerder van een seksinrichting toereikende maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen in de inrichting, in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) of de Vreemdelingenwet (VW) bepaalde, prostitutiewerkzaamheden verrichten. Verweerder is van oordeel dat het de in de sexinrichting aangetroffen Oost-Europese prostituees niet is toegestaan om in Nederland als zodanig werkzaam te zijn, zolang nog niet is beslist op hun aanvraag om een vergunning tot verblijf (vtv) als zelfstandige prostituee. De president acht voldoende aannemelijk dat onder omstandigheden een prostituee kan worden aangemerkt als zelfstandige. Of in dit geval voor de betrokken prostituees die conclusie moet worden getrokken en of dat ook zal leiden tot het verlenen van een vtv voor arbeid als zelfstandige, zal afhangen van de feiten maar voor een niet onbelangrijk deel ook van de uitkomst van verschillende juridische procedures. Dit is evenwel niet aan de orde. Het gaat thans om het antwoord op de vraag of de prostituees in afwachting van de beslissing op hun aanvraag al als prostituee werkzaamheden mogen gaan verrichten. De president acht de enkele verwijzing naar een Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire een onvoldoende motivering voor het oordeel dat in de seksinrichting van verzoekster 1 prostitutiewerkzaamheden worden verricht in strijd met de Wav of de VW. Een TBV is immers niets meer of minder dan gepubliceerd beleid van de Staatssecretaris van Justitie, welk beleid op zichzelf niet de grondslag kan vormen voor de toepassing van bestuursdwang. Voorts ontbreekt een adequate motivering ten aanzien van de stelling van verweerder dat het verrichten van werkzaamheden in een situatie waarin nog niet is beslist op een aanvraag voor een vtv-zelfstandige, in strijd moet worden geacht met de strekking van de Vw. Resumerend is de beschikking onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd om op grond daarvan aan te nemen dat door verzoekster 1 is gehandeld in strijd met art. 3.2.5.b APV. Burgemeester van Deventer, verweerder. mr. J.H.M. Hesseling (president) Gemeentewet 125 Wet arbeid vreemdelingen 1, 2, 3 Vreemdelingenwet 2000 8 Algemene Plaatselijke Verordening 3.2.1.1, 3.2.4.1.b, 3.2.5.b, 3.5.1

Advocaten

  • A. van Driel
  • B.J.M. van Meer
  • P. Léger

Partijen

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.