Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWO:2001:AB0714

Rechtbank Zwolle · 23-02-2001 · zaaknummer Awb 01/150

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Juridisch kader coffeeshopbeleid en bestuursdwangbevoegdheid art. 13b Opiumwet. Niet onaanvaardbaar dat beëindiging gedoogsituatie na tweede overtreding niet meteen definitief maar tijdelijk is. Bestuursdwangaanschrijving ex art. 13b Opiumwet waarbij verzoeker tijdelijk is verboden om zijn horecabedrijf/coffeeshop voor een nader aangegeven periode voor bezoekers geopend te hebben. De aanschrijving is erop gebaseerd dat in de inrichting personeel is aangetroffen dat niet op de personeelslijst voorkwam zodat sprake is van overtreding van de vergunningvoorschriften. Vast staat dat in de inrichting middelen ex art. 3 Opiumwet aanwezig zijn en worden verkocht zodat de burgemeester bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang ex art. 13b Opiumwet. Legalisatie is niet aan de orde. Het ter zake gevoerde beleid houdt in dat in geval van overtreding van de vergunningvoorschriften de eerste keer wordt gewaarschuwd, de tweede keer een sluiting voor 2 weken volgt en bij de derde constatering van een overtreding een definitieve sluiting wordt opgelegd. De president acht dit beleid niet disproportioneel en ook overigens niet onredelijk. Op grond van zijn bestuursdwangbevoegdheid ex art. 13b Opiumwet treedt de burgemeester op tegen coffeeshops tenzij de exploitant beschikt over de vereiste exploitatievergunning en zich strikt houdt aan de daaraan verbonden voorschriften. Houdt een exploitant zich niet aan één of meer voorschriften dan wordt de overtreding van de Opiumwet in de lokaliteit niet langer gedoogd maar wordt handhavend opgetreden overeenkomstig het bij alle betrokkenen bekende beleid. Dat de beëindiging van de gedoogsituatie in geval van een tweede overtreding niet (meteen) definitief is maar (nog slechts) tijdelijk, acht de president, hoewel minder voor de hand liggend bij een reparatoire maatregel als bestuursdwang, gelet op de aan de burgemeester toekomende beleidsvrijheid ex art. 13b Opiumwet, niet onaanvaardbaar. Daarbij laat hij ook wegen dat met de verandering van de bevoegdheidsgrondslag niet is beoogd de omvang van de bevoegdheid van de burgemeester te verminderen maar juist die bevoegdheid meer solide te funderen. De burgemeester heeft in redelijkheid tot het bestreden besluit kunnen komen. Wijst het verzoek af. De burgemeester van de gemeente Deventer, verweerder. mr. H.C. Moorman (president) Awb 5:21, 5:22 Opiumwet 13b Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Deventer 2.3.1.2.1 Nota Coffeeshopbeleid Notitie Handhaving Coffeeshopbeleid

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de gemeente Deventer

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Deventer

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.