ECLI:NL:RBZWB:2026:5246
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15-06-2026 · zaaknummer BRE 25/1249
Inhoudsindicatie
8:57; Belanghebbende is van mening dat bij de uitspraak op bezwaar ten onrechte geen dwangsom is toegekend. De rechtbank overweegt dat de beslissing op het verzoek om een dwangsom niet in de uitspraak op bezwaar hoeft te worden opgenomen. In dit geval had de heffingsambtenaar op het moment dat hij uitspraak deed, ook nog twee weken om te beslissen op de dwangsom. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is daarom ongegrond. Dit neemt niet weg dat belanghebbende in een procedure tegen de uitspraak op bezwaar gronden kan aanvoeren tegen een dwangsombeschikking of tegen het niet (tijdig) nemen van die beschikking. Na het instellen van het beroep heeft de heffingsambtenaar alsnog een dwangsom toegekend. De dwangsom is onjuist vastgesteld. Het beroep tegen de dwangsombeschikking is gegrond. Omdat het beroep gegrond is krijgt belanghebbende een vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
