ECLI:NL:RBZWB:2026:3468
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-04-2026 · zaaknummer BRE 25/2360
Inhoudsindicatie
8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank overweegt dat belanghebbende aannemelijk dient te maken dat de machtiging is verzonden. Gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat hij niet over bewijs beschikt van de verzending van de brief van 15 augustus 2025. Aangezien gemachtigde de verzending van de brief niet aannemelijk heeft kunnen maken, gaat de rechtbank er van uit dat de machtiging pas bij het verzetschrift op 30 januari 2026 – en dus te laat – is ingediend. In tegenstelling tot hetgeen gemachtigde stelt, is de rechtbank van oordeel dat bij het niet voldoen aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, het beroep wegens dit verzuim niet-ontvankelijk verklaard kan worden en dat dat verzuim in verzet niet kan worden hersteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
