ECLI:NL:RBZWB:2026:3000
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14-04-2026 · zaaknummer BRE 25/3862
Inhoudsindicatie
Belanghebbende vormt een fiscale eenheid met een dochtermaatschappij die in 2020 acht appartementen in aanbouw in Dubai heeft gekocht van de aandeelhouder van belanghebbende. In verband met deze aankoop is de aanwezige HIR afgeboekt. Gelet op de substantiële onzekerheden omtrent de bouw van de appartementen is de in 2020 overeengekomen koopprijs naar het oordeel van de rechtbank aanzienlijk hoger dan de waarde in het economische verkeer. Hierdoor is een bedrag van de HIR afgeboekt dat anders zou zijn vrijgevallen ten gunste van de winst. De rechtbank is van oordeel dat niet de vereiste aangifte is gedaan. De inspecteur kon in redelijkheid het standpunt innemen dat de appartementen geen bedrijfsmiddel vormden, althans geen bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie als de vervreemde bedrijfsmiddelen. Belanghebbende heeft het tegendeel niet overtuigend aangetoond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
