ECLI:NL:RBZWB:2025:8941
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16-12-2025 · zaaknummer 02-166219-24; 02-230376-24
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof. Ook heeft hij andermans eigendommen beschadigd en vernield. Het taakstrafverbod is in deze zaak van toepassing vanwege de recidive van verdachte. Dit betekent dat hier een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou moeten volgen. De rechtbank dient echter bij het opleggen van de straf – in strafmatigende zin ‒ ook rekening te houden met de omstandigheid dat de redelijke termijn in deze zaak met maar liefst negen maanden is overschreden. Gelet op deze forse overschrijding in combinatie met de positieve ontwikkelingen die verdachte de afgelopen twee jaar heeft doorgemaakt, ziet de rechtbank geen meerwaarde in het alsnog opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 130 uren.
Advocaten
Officier van justitie
- H.E. de Haze
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
