ECLI:NL:RBZWB:2025:583
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 05-02-2025 · zaaknummer 02-284919-21
StrafrechtGepubliceerd 06-02-2025
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Medeplegen van, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Fors tijdsverloop in strafprocedure. Taakstraf 150 uren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
