ECLI:NL:RBZWB:2025:438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22-01-2025 · zaaknummer 11019648 \ CV EXPL 24-1177 (E)
Inhoudsindicatie
Een zorgverzekeraar vordert achterstallige premies en betaling van zorgkosten van haar verzekerde. De premieachterstand is voornamelijk ontstaan, doordat verzekerde enkele weken in detentie heeft gezeten en de verzekeraar niet direct na het einde van de detentie weer premies heeft geïnd. Verzekerde stelt dat zij de verzekeraar al vroeg en meerdere keren over het einde van de detentie had geïnformeerd en vindt daarom dat zij het hierdoor opgelopen bedrag niet hoeft te betalen. Zij betwist ook de verdere achterstand, omdat volgens haar niet duidelijk is wat nu allemaal is verrekend. De kantonrechter is van oordeel dat verzekerde de achterstanden wel moet betalen, omdat de betalingsverplichting bij het einde van de detentie automatisch is herleefd (artikel 24 lid 1 Zvw) en de verzekeraar haar vordering verder voldoende heeft onderbouwd. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
