ECLI:NL:RBZWB:2025:387
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23-01-2025 · zaaknummer BRE 24/7915 en 24/7916
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening in beroep. Kortsluiting procedure beroep. Overgangsrecht Omgevingswet. Recreatieve verhuur woning in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van vaste rechtspraak zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming en de daarbij behorende regels bepalend voor het antwoord op de vraag of een activiteit in strijd is met het bestemmingsplan. Wanneer een planregel duidelijk is, dient deze omwille van de rechtszekerheid letterlijk te worden uitgelegd, omdat de rechtszekerheid vereist dat van wat in een bestemmingsplan is bepaald kan worden uitgegaan. Uit artikel 15.3.2, aanhef en sub f, van de planregels blijkt dat verblijfsrecreatie in het hoofdgebouw niet is toegestaan. Daarnaast wordt de woning door verzoekers niet permanent bewoond. Daarmee is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een overtreding en komt de voorzieningenrechter ook niet meer toe aan de door verzoekers bepleite uitleg aan de hand van normaal spraakgebruik. Geen concreet zicht op legalisatie. Voor wat betreft de overige bijzondere omstandigheden geldt dat partijen het erover eens zijn dat er aan de overkant van de woning twee woningen staan die volgens het bestemmingsplan dezelfde bestemming hebben als de woning. Verder ligt naast deze woningen een voormalige discotheek. Voor de voorzieningenrechter weegt zwaar dat het college ten aanzien van de hiervoor beschreven woningen en de voormalige discotheek in de door verzoekers aangehaalde Structuurvisie een positieve grondhouding heeft ingenomen om die onroerende zaken om te laten bouwen naar een toeristisch appartementencomplex. De besluitvorming hierover is nog niet rond. Maar als hiervoor het vereiste besluit wordt genomen en de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend, heeft dat als gevolg dat de aangegeven woningen uit de woningvoorraad worden onttrokken en dat wordt ingestemd met een van het bestemmingsplan afwijkend gebruik. Daar staat dan tegenover dat verzoekers, nadat zij hiervan op de hoogte raakten in oktober 2023, aan het college verzocht hebben om hun – gelijkluidende – wens in die procedure mee te nemen. Het college wil daar niet aan meewerken, omdat honorering van dit verzoek niet bijdraagt aan de balans tussen leefbaarheid en toerisme. Tegelijkertijd zijn partijen het erover eens dat de Smidsstraat nauwelijks nog permanent bewoond wordt en min of meer als volledig recreatief gebied beschouwd kan worden. De voorzieningenrechter neemt ook in aanmerking dat het college kort na het verzoek van verzoekers in oktober 2023 een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom heeft verzonden, terwijl bij het gesprek met de voormalige wethouder in september 2021 nog gesproken is over een plan van aanpak voor de beoordeling van dit verzoek (waar vervolgens niets mee gedaan is), de woning al ruim 30 jaar geregeld recreatief wordt verhuurd en zelfs deel heeft uitgemaakt van een hotelbedrijf. Verschil opstelling college tussen beoordeling plan aan de overkant van de woning en wens eisers is niet te rijmen. Onvoldoende gemotiveerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
