ECLI:NL:RBZWB:2025:347
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22-01-2025 · zaaknummer C/02/415907 / HA ZA 23-591 (T)
Inhoudsindicatie
Schadestaatprocedure. Tussenvonnis. Door het hof is reeds vastgesteld dat gedaagden aansprakelijk zijn voor de door hen veroorzaakte “wateroverlast” op het perceel van eiser. De schade waarvoor gedaagden in dat verband aansprakelijk zijn bestaat uit (de gevolgen van) de verminderde draagkracht van de fundering van de opstallen van eiser en het “opdrijven” van de kelder onder de woning, ontstaan door die wateroverlast. De aard, omvang en financiële consequenties van deze schade dienen in deze procedure te worden vastgesteld, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met (mogelijke) alternatieve schadeoorzaken. Het beroep op eigen schuld van gedaagden slaagt niet. De rechtbank heeft behoefte aan voorlichting door een deskundige en heeft in dat verband vragen opgesteld. Partijen mogen zich daarover uitlaten. De (als onderdeel van de schade) gevorderde winstafdracht wordt afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J. Boogaard
- R.G. Gebel
- R.M. Pieterse
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
