ECLI:NL:RBZWB:2025:3029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19-05-2025 · zaaknummer 10741269 OV VERZ 23-7650
Inhoudsindicatie
De vraag die hier voorligt is of werkgever de ondernemingsovereenkomst met de OR heeft mogen opzeggen. Uitgangspunt van de ondernemingsovereenkomst is dat deze voor onbepaalde tijd geldt. In de ondernemingsovereenkomst is in artikel 6.2 een regeling opgenomen op grond waarvan beide partijen de ondernemingsovereenkomst kunnen opzeggen. De kantonrechter is van oordeel dat is voldaan aan het vereiste van voorafgaand overleg met de OR. Verder is de kantonrechter van oordeel dat de OR inhoudelijk een standpunt in dat afwijkt van de afspraken in de ondernemingsovereenkomst. Bij de beantwoording van de vraag of dat voldoende is om de ondernemingsovereenkomst op te zeggen, neemt de kantonrechter alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de overeenkomst en de redelijkheid en billijkheid in acht. De kantonrechter is van oordeel dat werkgever (eerst) andere stppen had moeten zetten. Het opzeggen van de ondernemingsovereenkomst was niet de juiste weg/prematuur. In het licht van het voorgaande zal de kantonrechter de vordering van de OR toewijzen in die zin dat de kantonrechter zal bepalen dat de ondernemingsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en nog steeds van kracht is, zodat werkgever – net als de OR – gehouden is de ondernemingsovereenkomst na te leven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
