ECLI:NL:RBZWB:2025:1263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 05-03-2025 · zaaknummer BRE 24/2976
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur in de aanslag IB/PVV 2020 van belanghebbende terecht de contante waarde van een saldolijfrenteverzekering in aanmerking heeft genomen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een onbelast saldo aanwezig was in de polis van belanghebbende en de inspecteur heeft de saldolijfrenteverzekering ook niet tot een te hoog bedrag in de aanslag betrokken. In het betoog van belanghebbende dat het in het licht van de “box 3-arresten” van de Hoge Raad onredelijk is om belasting te heffen over uitkeringen die nog niet zijn gerealiseerd, gaat de rechtbank ook niet mee. De wetgever is niet getreden buiten de hem toekomende ruime beoordelingsmarge door de belastingheffing over de lijfrenteverzekering toe te staan, en er is geen sprake van een schending van de fair balance op regelniveau. Tot slot is in het geval van belanghebbende ook geen sprake van een individuele en buitensporige last.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
