ECLI:NL:RBZWB:2024:7323
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-10-2024 · zaaknummer BRE 20/8064 en BRE 20/8066 tot en met BRE 20/8072
Inhoudsindicatie
Op grond van artikel 2.14a van de Wet IB 2001 is het vermogen van de trust (APV) die vader heeft ingesteld voor een vierde deel aan belanghebbende, erfgenaam van vader, toegerekend. Volgens de rechtbank is belanghebbende door een renteloze lening in feite indirect begunstigde van de trust. Dat zij ‘excluded’ is als begunstigde doet daar niet aan af. Aan belanghebbende zijn voor alle jaren vergrijpboeten opgelegd: wegens het doen van onjuiste aangiften omdat belanghebbende de trustvraag in de aangiften niet had aangevinkt, en voor jaren dat zij geen aangiften indiende wegens het niet doen van aangiften waardoor te weinig belasting is geheven. Omdat de aangiften zijn ingediend door de deskundige adviseur acht de rechtbank niet aangetoond dat aan belanghebbende zelf (voorwaardelijke) opzet of grove schuld kan worden verweten. Voor zover geen aangiften zijn ingediend heeft de inspecteur niet aangetoond dat door het niet aangeven te weinig belasting is geheven. De vergrijpboeten worden vernietigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
