ECLI:NL:RBZWB:2022:7944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22-12-2022 · zaaknummer BRE 21/4294 tot en met 21/4305
Inhoudsindicatie
Belanghebbenden hebben in de beroepsfase geen ander geschil meer dan de verzoeken om immateriële schade vanwege de lange duur van de procedure. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad acht de rechtbank zich bevoegd om met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Awb kennis te nemen van die verzoeken. Zij beoordeelt die verzoeken daarom inhoudelijk. De omstandigheid dat de hoofdzaak al in bezwaar ten einde is gekomen en daarover geen behandeling bij de rechter plaatsvindt, staat naar het oordeel van de rechtbank ook niet aan het toekennen van vergoeding van immateriële schade in de weg. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade uitsluitend voor de navorderingsaanslagen over het jaar 2016, omdat alleen voor die navorderingsaanslagen na ontvangst van de bezwaren de hoofdzaak langer dan twee jaar heeft geduurd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
