ECLI:NL:RBZWB:2022:7712
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20-12-2022 · zaaknummer 21/3953
Inhoudsindicatie
In geschil is de maatstaf van heffing voor de berekening van omzetbelasting over de verkoop van een auto door belanghebbende aan haar directeur/grootaandeelhouder, namelijk de taxatiewaarde of het factuurbedrag. De rechtbank is van oordeel dat voor de maatstaf van heffing van omzetbelasting voor de verkoop van de auto uitgegaan dient te worden van het factuurbedrag, omdat sprake is van een levering onder bezwarende titel. Het gegeven dat sprake is van een lage vergoeding die voortkomt uit de aandeelhoudersrelatie, maakt het voorgaande niet anders. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van misbruik van recht. Tot slot oordeelt de rechtbank dat een (verkapt) dividend niet als tegenprestatie voor de omzetbelasting gezien kan worden omdat een rechtstreeks verband tussen de prestatie en het (verkapt) dividend ontbreekt. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
