ECLI:NL:RBZWB:2022:7688
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 01-12-2022 · zaaknummer C/02/395877 / JE RK 22-499
Inhoudsindicatie
Bij aanvang van de ondertoezichtstelling op 4 april 2022 is al aangegeven dat er forse zorgen zijn over (de opvoedingsomgeving van) de minderjarige en dat er dringend hulp moet worden ingezet voor hem en zijn moeder. De zorgen spelen al lange tijd, ook van voor de ondertoezichtstelling. Gebleken is dat er niet direct een jeugdzorgwerker kon worden ingezet. Op 2 augustus 2022 heeft de kinderrechter benadrukt dat het van groot belang is dat er een jeugdzorgwerker wordt aangewezen. Geconstateerd wordt dat er pas eind november 2022, een aantal dagen voor er weer een zitting bij de kinderrechter zal plaatsvinden, een vaste jeugdzorgwerker is aangewezen door de GI. Er is dus in de zeven maanden na het uitspreken van de ondertoezichtstelling totaal geen zicht geweest op de thuissituatie van de minderjarige en er is ook niet gewerkt aan de doelen die zijn gesteld om de situatie van de minderjarige te verbeteren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
