ECLI:NL:RBZWB:2022:320
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27-01-2022 · zaaknummer 02-165449-21
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich in zijn hoedanigheid als verpleegkundige bij een GGZ-instelling schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een cliënt die aan zijn hulp en zorg was toevertrouwd. De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden een zekere mate van afhankelijkheid een rol heeft gespeeld binnen de relatie en bij het verrichten van de seksuele handelingen. Dat de cliënt is meegegaan in de seksuele handelingen en daarin ook initiatief heeft getoond, doet niet af aan de afhankelijkheid van de cliënt in haar relatie tot de verdachte en het vertrouwen dat zij in hem als haar hulpverlener had gesteld. Van een uitzondering als bedoeld in het aangehaalde arrest (HR 18 februari 1997, NJ 1997/485) is naar het oordeel van de rechtbank daarom geen sprake. De seksuele handelingen kunnen worden aangemerkt als zijnde in strijd met de sociaal-ethische norm en zij dragen dan ook een ontuchtig karakter.
Advocaten
- P. Susijn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
