ECLI:NL:RBZWB:2022:2874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-05-2022 · zaaknummer BRE-19_83_ev
Inhoudsindicatie
Belastingrentevergoeding ter zake van teruggaaf van bpm. Einduitspraak na beantwoording door de Hoge Raad van prejudiciële vragen. De rechtbank is het op twee onderdelen oneens met de wijze waarop de inspecteur de beslissing van de Hoge Raad leest wat betreft de ontvankelijkheid van het bezwaar. Wel is niet-ontvankelijk het bezwaar tegen de rentevergoeding ter zake van een ambtshalve teruggaaf van bpm. In de overige zaken is het beroep gegrond omdat de rentevergoeding te laag is aangezien het DNB-rentepercentage in de maand van voldoening hoger is dan het AWR-rentepercentage dat gold in de periode waarover de rente is berekend. De rechtbank kent een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe. De redelijke termijn is in dit geval wel verlengd wegens diverse omstandigheden, waaronder de vertraging die is opgetreden als gevolg van het wraken met misbruik van recht en het niet-komen naar de nadere zitting terwijl belanghebbende juist om die zitting had gevraagd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
