ECLI:NL:RBZWB:2022:1600
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31-03-2022 · zaaknummer AWB - 19 _ 1230
Inhoudsindicatie
Artikel 3.8 IB Belanghebbende drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak (de onderneming) en heeft samen met zijn broer en zoon een vennootschap in Bulgarije opgericht. De onderneming leased vrachtwagens van een derde partij en verhuurt deze door aan de vennootschap. In de jaren 2013, 2015, 2016 en 2017 worden de vrachtwagens voor een bedrag van € 2.250 doorverhuurd aan de vennootschap. Alleen voor het jaar 2014 bedraagt deze verhuurprijs € 1.250. Voor de inspecteur was dit aanleiding om voor het jaar 2014 een winstcorrectie toe te passen. De rechtbank acht deze correctie en de daarmee samenhangende correcties in andere jaren terecht. Met betrekking tot de vergrijpboetes is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van grove schuld en dat belanghebbende niet de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem kan worden gevergd bij de samenwerking met zijn adviseur. Wel worden de boetes gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Voorts heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
