Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWB:2022:1407

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24-03-2022 · zaaknummer AWB - 19 _ 4150

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 21-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Artikel 4 en 27e AWR. Artikel 2.17 Wet IB 2001. Uitleg arrest HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84. Belanghebbende is de broer van een persoon die (uiteindelijk) eigenaar is (geweest) van diverse coffeeshops in Nederland. Belanghebbende heeft van eind november 2010 tot en met augustus 2014 ingeschreven gestaan in Luxemburg. Voor de jaren 2011 tot en met 2013 aangifte gedaan als buitenlands belastingplichtige. Aan belanghebbende zijn over de jaren 2008 tot en met 2014 diverse belastingaanslagen opgelegd waarbij op diverse punten substantieel is afgeweken van de aangiften. De inspecteur is daarbij ervan uitgegaan dat belanghebbende in alle jaren binnenlands belastingplichtig is. De rechtbank acht dat laatste aannemelijk gemaakt door de inspecteur. Voor dat geval zijn bepaalde Box 1-correcties niet in geschil, waaronder een correctie wegens privégebruik auto. Een Box 2-correctie in verband met privégebruik van een appartement in Spanje dat in eigendom is van een Luxemburgse vennootschap van belanghebbende, houdt eveneens stand. De rechtbank acht tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, inhoudende dat sprake is van schenkingen, niet aannemelijk gemaakt dat de bedragen die belanghebbende van zijn broer ontving (op buitenlandse bankrekeningen), tegenprestaties waren voor door hem verrichte werkzaamheden. Uitgaande van een beoordeling op basis van de normale bewijslast komt de rechtbank tot lagere correcties van het Box 3-inkomen dan de inspecteur. Voor de jaren 2008 en 2009 resteren geen correcties, zodat de navorderingsaanslagen worden vernietigd. Ook de navorderingsaanslag 2010 wordt vernietigd omdat alleen een Box 3-correctie resteert, en belanghebbende en zijn fiscaal partner ervoor gekozen hebben om de rendementsgrondslag volledig aan belanghebbende toe te rekenen. Voor de jaren 2011 tot en met 2013 moet voor de beoordeling of de vereiste aangifte niet is gedaan, alleen rekening worden gehouden – zo begrijpt de rechtbank HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84 – met correcties die opgelegd kunnen worden als belanghebbende buitenlands belastingplichtige zou zijn. Daarvan uitgaande kan voor die jaren niet worden geoordeeld dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De belastingaanslagen over die jaren worden daarom verminderd op basis van wat op basis van de normale bewijslast is geoordeeld, zij het dat het Box 3-inkomen volledig aan de fiscaal partner is toebedeeld. Voor het jaar 2014 wordt wel tot het oordeel gekomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De diverse Box 1, Box 2 en Box 3-correcties doorstaan de toets van een ‘redelijke schatting’, met uitzondering van een deel van de Box 3-correcties doorstaat niet. Belanghebbende is ter zake van de resterende correcties niet in de verzwaarde bewijslast geslaagd. De aanslag 2014 wordt verminderd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.