ECLI:NL:RBZWB:2020:5807
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24-11-2020 · zaaknummer 02-665079-19
Inhoudsindicatie
“Verdachte heeft een snijdende beweging tegen de buikstreek/de zij en een stekende beweging in de richting van de nek van het slachtoffer gemaakt met een schaar. Dit heeft geleid tot een lange schaafwond op de romp en een kleine schaafwond op het achterhoofd. Verdachte had de relatief botte papierschaar in het midden tussen de tweegedeeltes vast, waarbij de schaar openstond. Dit betekent dat het deel van de schaar dat het slachtoffer heeft geraakt zodanig kort is geweest, dat het slachtoffer niet zonder meer zwaar kon worden verwond. De kans dat met een dergelijk klein gedeelte van de snijkant van een schaar vitale delen worden geraakt, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk, laat staan dat het slachtoffer daardoor dodelijk kon worden getroffen.”
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Officier van justitie
- I.J.M. van der Hamsvoord
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
