ECLI:NL:RBZWB:2020:4761
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 01-10-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 4795
Inhoudsindicatie
Artikel 14, lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Heffing van overdrachtsbelasting betreffende een voormalig klooster. Naar het oordeel van de rechtbank is het onroerend goed oorspronkelijk ontworpen en gebouwd met het doel wonen, namelijk om te worden bewoond door kloosterlingen. Het leven in een klooster is een zeer specifieke vorm van wonen. Door een verbouwing in 1965, waarbij onder meer de slaapcellen van de kloosterlingen zijn verwijderd, heeft het klooster zijn specifieke aard en derhalve het woonkarakter verloren. In de jaren 2016 en 2017 wordt het onroerend goed verbouwd om te worden gebruikt voor de huisvesting van mensen met een psychogeriatrische aandoening. De ten tijde van de levering reeds gestarte verbouwingswerkzaamheden strekken naar het oordeel van de rechtbank niet onmiskenbaar tot de oplevering van een woning, omdat na de verbouwing het zorgaspect overheerst. Het verlaagde tarief van 2% is niet van toepassing, de naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
