ECLI:NL:RBZWB:2020:404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-01-2020 · zaaknummer AWB - 17 _ 3689 en 17_3690
Inhoudsindicatie
Erfbelasting; artikel 12 van de Successiewet 1956. Belanghebbenden hebben een schenking van hun vader ontvangen. Hun moeder is vervolgens binnen 180 dagen overleden. Vader en moeder waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De inspecteur heeft de giften voor de helft tot de nalatenschap van moeder gerekend. Belanghebbenden stellen dat geen sprake is van giften van moeder omdat de bevoordelingsbedoeling bij moeder ontbrak. De rechtbank oordeelt dat gedurende het bestaan van de huwelijkse gemeenschap geen verdeling van het vermogen mogelijk is en dus geen sprake is van enig privévermogen van vader. Vader heeft dan namens de huwelijksgemeenschap gehandeld. Vaders bevoordelingsbedoeling wordt daarmee ook bij moeder geacht aanwezig te zijn. Het gelijk is aan de inspecteur.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
