ECLI:NL:RBZWB:2020:2997
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 09-07-2020 · zaaknummer BRE 17/7600
Inhoudsindicatie
Art. 2 en 14 Wet BRV Belanghebbende koopt diverse voormalige kantoorgebouwen welke gedeeltelijk, als later te vestigen afzonderlijk appartementsrecht, door verkoper, zullen worden verbouwd tot woningen. De juridische levering zal pas plaatsvinden zodra het appartementsrecht kwalificeert als woning in de zin van artikel 14, tweede lid van de Wet BRV. Na het sluiten van deze koopovereenkomst maar voorafgaand aan de juridische levering is door belanghebbende voor de verbouwing tot woningen een aannemingsovereenkomst gesloten met een externe aannemer. De aannemer heeft belanghebbende ook de kosten in rekening gebracht. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende door de opdracht tot verbouwing niet reeds voorafgaand aan de juridische levering de economische eigendom heeft verkregen. Voor wat betreft de kwalificatie als woningen moet het appartementsrecht als geheel worden bezien en niet per gebouw afzonderlijk. Naar het oordeel van de rechtbank is de inspecteur niet in de uit het arrest ECLI:NL:HR:2019:1779 voortvloeiende op hem rustende bewijslast geslaagd. Het beroep is in zoverre gegrond. Wel vermeerdert de rechtbank de heffingsgrondslag met de in rekening gebrachte verbouwingskosten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
