ECLI:NL:RBZWB:2020:2372
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28-05-2020 · zaaknummer BRE 18/1195 en BRE 18/1196
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting, vermogensrendementsheffing 2015 en 2016 in strijd met artikel 1 EP EVRM? Buitensporige last? De rechtbank ziet voor wat de schending op stelselniveau en het al dan niet voorzien in het rechtstekort geen aanleiding om voor de jaren 2015 en 2016 anders te oordelen dan de Hoge Raad in haar arresten van 14 juni 2019 voor de jaren 2013 en 2014. De wetgever heeft voldoende actie ondernomen naar aanleiding van die arresten. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de last van de box 3-heffing zich in zijn geval sterker laat voelen dan in het algemeen voor personen in een vergelijkbare financiële situatie die een vermogensrendementsheffing betalen over een vergelijkbaar bedrag aan spaartegoeden, dus geen individuele buitensporige last.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
