ECLI:NL:RBZWB:2020:1230
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 12-03-2020 · zaaknummer AWB - 18 _ 3843
Inhoudsindicatie
IB/PVV, hypotheekrenteaftrek. Artikel 2.17 en 7.8 Wet IB 2001. Beroep op unierecht (Schumacker-jurisprudentie). Belanghebbende en haar echtgenoot zijn geen fiscaal partner waardoor op grond van de hoofdregel van artikel 2.17, eerste lid, van de Wet IB 2001 de financieringslasten van de eigen woning in aanmerking worden genomen bij degene op wie deze drukken. Op grond van huwelijkse voorwaarden dient belanghebbende bij te dragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding naar rato van haar netto inkomsten. Dat betekent dat belanghebbende in het onderhavige jaar voor 67,6% dient bij te dragen in de rentekosten voor de financiering van de eigen woning. De rechtbank oordeelt dat voornoemde kosten voor 67,6% op belanghebbende drukken en dat zij deze dan ook voor dat percentage in aanmerking kan nemen. Het beroep op het unierecht (Schumacker-jurisprudentie) faalt omdat de echtgenoot voldoende inkomen heeft in België om rekening te kunnen houden met de persoonlijke en gezinssituatie; dat de echtgenoot de aftrek van hypotheekrente wegens de regels in België mogelijk niet kan effectueren doet daaraan niet af (dispariteit).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
