Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWB:2020:1185

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 13-03-2020 · zaaknummer BRE 18/5538 en BRE 19/5492 tot en met 19/5495

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 12-03-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 18 en 19 van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk Belanghebbende geniet een arbeidsongeschiktheidsuitkering en nabestaandenpensioen, beiden van het ABP. In geschil is of de heffing over deze uitkeringen onder het belastingverdrag is toegewezen aan Nederland of Frankrijk. Gelet op artikel 18 en 19 van het belastingverdrag is van belang in hoeverre de uitkering/het pensioen worden betaald ter zake van bewezen diensten aan de Nederlandse overheid. Als het gaat om een pensioenuitkering op basis van regeling waarbij de aanspraak in de tijd wordt opgebouwd, dan moet een toerekening plaatsvinden naar de opbouw in de periode in overheidsdienst en naar die in de periode in particuliere dienst. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een regeling waarbij een aanspraak in de tijd wordt opgebouwd en waarbij ook tot uitkering wordt overgegaan indien men niet meer in dienst is op het moment dat het feit zich voordoet dat tot een uitkering zou kunnen leiden. De rechtbank is van oordeel dat in een dergelijk geval voor de bepaling van het heffingsrecht slechts relevant is wie de werkgever was toen de arbeidsongeschiktheid ontstond, in dit geval de Nederlandse overheid. Het heffingsrecht komt dan op basis van artikel 19 van het belastingverdrag aan Nederland toe. Met betrekking tot het nabestaandenpensioen is relevant dat per 1 juli 1999 de pensioenregeling van de echtgenote van belanghebbende is gewijzigd. Vóór deze wijziging werd het recht op nabestaandenpensioen jaarlijks opgebouwd. Het nabestaandenpensioen dat ziet op de periode voor de wijziging werd deels opgebouwd in een private dienstbetrekking. Het heffingsrecht over dit deel is ingevolge artikel 18 van het belastingverdrag aan Frankrijk toegewezen. In zoverre is het heffingsrecht beperkt. Het andere deel komt op basis van artikel 19 van het belastingverdrag aan Nederland toe. Het deel van het nabestaandenpensioen dat is gebaseerd op de regeling na de wijziging is als uitgangspunt vergelijkbaar met de invaliditeitsuitkering; er is geen sprake van een aanspraak die jaarlijks wordt opgebouwd zodat slechts relevant is wie de laatste werkgever van de echtgenote was. Dat zou anders zijn indien sprake is geweest van omzetting van het ouderdomspensioen in het nabestaandenpensioen, maar belanghebbende heeft dat niet aannemelijk gemaakt. Aangezien de laatste werkgever van de echtgenote van publiekrechtelijke aard, komt het heffingsrecht over dit deel aan Nederland toe.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.