ECLI:NL:RBZWB:2019:4775
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31-10-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 1772
Inhoudsindicatie
Bpm/Unierecht Met betrekking tot de hoogte van de verschuldigde Bpm verwerpt de rechtbank de stelling van belanghebbende dat in het licht van de toepassing van het Unierecht op de bestaande nationale heffingsmodaliteit het op de weg van de inspecteur ligt, als partij die de bewijslast draagt, om de meest voordelige berekeningsmethode te onderzoeken. Diverse andere onderwerpen (met veelal beroep op Unierecht): heffing griffierecht, rentevergoeding over teruggaaf Bpm, 30ha-rente, Irimie-rente, vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding redelijke termijn, vergoeding van materiële schade, hoogte (proces)kostenvergoeding, samenhangende zaken, rente over griffierecht, immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding in beroep, verplichting tot het stellen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
