ECLI:NL:RBZWB:2019:476
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 07-02-2019 · zaaknummer BRE-18_6156
Inhoudsindicatie
Artikel 234 Gemeentewet; artikel 6:8, 6:11, 8:31, 8:74, 8:75 en 8:88 Awb. Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Bezwaartermijn begint te lopen op de dag na dagtekening van ‘de parkeerbon’ en niet pas na die van het duplicaat. Stelling van belanghebbende dat de parkeerbon niet een rechtsmiddelverwijzing bevatte is, tegenover de gemotiveerde betwisting van de heffingsambtenaar, niet aannemelijk geworden. Dat het duplicaat pas ná de bezwaartermijn is toegezonden, maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar, nu belanghebbende de parkeerbon heeft weggegooid. Verzoek om schadevergoeding afgewezen: (i) verzochte kosten vallen onder de exclusieve regeling van artikel 8:74 en 8:75 van de Awb, en bovendien (ii) nu aanslag formele rechtskracht heeft, moet als uitgangspunt gelden dat de naheffingsaanslag rechtmatig is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
