ECLI:NL:RBZWB:2019:3909
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22-08-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 2056
Inhoudsindicatie
Artt.47, eerste lid AWR en 52a AWR Belanghebbende is vergunninghouder in de zin van artikel 8 Wet BPM. De inspecteur heeft aan belanghebbende meerderde malen verzocht om diverse bescheiden van auto’s te overleggen. Omdat belanghebbende hieraan geen gehoor heeft gegeven is aan haar een informatiebeschikking uitgereikt. In geschil is of deze terecht is gegeven. Partijen zijn verdeeld over de uitleg van het begrip “informatie die van belang kan zijn” in het licht van de heffing van BPM. De rechtbank overweegt ten eerste dat de toestand van de auto’s op het moment van de tenaamstelling tot uitgangspunt moet worden genomen en niet het moment van melding. Vervolgens overweegt zij dat de bewijslast met betrekking tot de handelsinkoopwaarde bij de inspecteur rust en de gevraagde bescheiden kunnen daarvoor van belang kunnen zijn. Daarbij komt dat met het verzoek om informatie beoogd is de aangifte op zijn juistheid te beoordelen. De stelling van belanghebbende dat geen sprake is van een belang omdat geen omkering van de bewijslast kan plaatsvinden is onjuist. De informatiebeschikking is terecht gegeven. Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie alsnog te verstrekken. Met betrekking tot de proceskosten is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van schending van de procesorde.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
