ECLI:NL:RBZWB:2019:2437
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28-05-2019 · zaaknummer AWB- 19_1956 VV
Inhoudsindicatie
Het college heeft verzoeker aangemerkt als pseudo-dakloze, omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en ook niet met een briefadres in de BRP staat ingeschreven. Verzoeker verblijft afwisselend op verschillende adressen of heeft daar kortdurend of tijdelijk onderdak. Hij valt daarom onder de regeling voor adreslozen van artikel 40, eerste lid, tweede volzin, van de Participatiewet. Omdat niet in geschil is dat hij binnen de gemeente verblijft, heeft hij recht op bijstand jegens het college. De Participatiewet en de Beleidsregels bieden geen grondslag om de bijstandsuitkering te beëindigen omdat er (een bepaalde periode) geen eigen woning wordt aangehouden. Wel bieden de Participatiewet en de Beleidsregels de mogelijkheid om de bijstandsuitkering te verlagen vanwege het niet aanhouden van een woning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
