ECLI:NL:RBZWB:2019:1704
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19-04-2019 · zaaknummer BRE - 17 _ 8280
Inhoudsindicatie
Art. 6.31 Wet IB 2001. De eigen woning van belanghebbende staat, tezamen met de tuin en enkele andere zelfstandige onderdelen, ingeschreven als rijksmonument. Belanghebbende claimt aftrek voor uitgaven voor onderhoud. De rechtbank oordeelt dat een deel van de kosten voor het onderhoud van de tuin kwalificeren als niet-aftrekbare huurderslasten en bepaalt de hoogte daarvan in goede justitie. De rechtbank acht de tuinmuur een zelfstandig, niet monumentaal, onderdeel waarvan de onderhoudskosten niet aftrekbaar zijn. De kosten voor het onderhoud van de blikseminstallatie zijn aftrekbaar omdat deze installatie, naar het oordeel van de rechtbank, een onzelfstandig onderdeel vormt van het monumentale hoofdgebouw. Dit laatste geldt volgens de rechtbank niet voor de kosten voor het onderhoud van de brandbeveiliging.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
