ECLI:NL:RBZWB:2019:1183
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21-03-2019 · zaaknummer BRE - 17 _ 7333
Inhoudsindicatie
Artikel 4, eerste lid, Wet OB en artikel 11, eerste lid onder b, Wet OB De rechtbank is van oordeel dat de verhuur van de grondplaatsen niet is aan te merken als de verhuur van onroerende zaken. Alle prestaties die belanghebbende verricht voor de organisatie van de vlooienmarkt samen vormen namelijk een totaalpakket aan diensten om gelegenheid te bieden deel te nemen aan de vlooienmarkt. Het enkele feit dat tijdens het bieden van die gelegenheid de afnemer van de dienst de desbetreffende grondplaats exclusief mag gebruiken voor de verkoop van zijn goederen, maakt niet dat er sprake is van verhuur van onroerend goed.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
